Rapporten Rhenen 2009

08.14013 - 08.14011 - 08.14036 Pachtzaken (download rapport)

Rapport 19 augustus 2009: "Voor wie de klok luidt"

De onvrede van de verschillende verzoekers is in de details niet geheel dezelfde, maar wel in de kern van de onvrede. Samengevat klagen verzoekers over het volgende:

  1. verzoekers maakten in het verleden aan de gemeente kenbaar dat zij in aanmerking wilden komen voor het pachten van meer grond. Deze wens is genegeerd en alle vrijkomende grond is aan een (voormalig) raadslid c.q. zijn vennootschap verpacht;
  2. de gemeente verpachtte een stuk grond aan de heer G, terwijl bekend was dat hij geen volledige agrariër meer was. Hij genoot namelijk een bijstandsuitkering. Dit is in strijd met de Pachtwet;
  3. het (voormalig) raadslid betaalde onderhands aan de heer G. een bedrag van € 5.000,-- voor het stuk grond van deze man aan de V-weg, om het zodoende in gebruik te kunnen nemen;
  4. het (voormalig) raadslid mocht als raadslid geen grond pachten zonder toestemming van Gedeputeerde Staten. Er is nooit toestemming verstrekt;
  5. door de Sociale Recherche is naar aanleiding van een klacht een onderzoek gestart naar eventuele neveninkomsten van de heer G. Dit onderzoek is gestopt op last van de burgemeester, omdat het (voormalig) raadslid een Koninklijke onderscheiding kreeg bij zijn aftreden als raadslid;
  6. het college van B&W hield zich niet aan de afspraken die met verzoekers zijn gemaakt in het gesprek op 13 februari 2006.

Conclusie
De Gemeentelijke Ombudsman concludeert dat:

  1. Het niet zo is dat alle vrijkomende grond aan het (voormalige) raadslid werd verpacht; Hij c.q. zijn vennootschap kreeg slechts in 1997 en in 2001 gronden overgedragen; Het beleid zodanig was dat veelal niet de gemeente bepaalde wie de opvolgende (erf)pachter werd, maar de zittende (erf)pachter. Deze werkwijze vindt steun ook in de wettelijke bepalingen; Er sprake was van een ondoorzichtig systeem van coöptatie, waarbij (erf)pachters in grote mate afhankelijk waren van elkaars goedgezindheid; Niet gezegd kan worden dat de gemeente ten opzichte van verzoekers niet behoorlijk handelde, nu alle (erf)pachters immers op dezelfde wijze aan grond konden komen.
  2. De heer G. de pachtgrond van zijn vader overnam, conform de destijds geldende Pachtwet; De ‘oude‘ Pachtwet niet de eis stelde dat een pachter zijn inkomen volledig uit zijn agrarisch bedrijf moest halen en dat het ‘oude' gemeentelijke beleid deze eis ook niet stelde; De gemeente kennelijk redenen zag om aan de heer G. een bijstandsuitkering toe te kennen; De ombudsman over de rechtmatigheid van een uitkering geen oordeel mag vellen, omdat dit aan de rechter is voorbehouden; De gemeente (het college) in het verleden in redelijkheid kon besluiten geen handhavings-acties op (erf)pacht in te zetten, bij gebrek aan draagvlak daarvoor binnen het controlerend orgaan, dat wil zeggen de gemeenteraad; De gemeente (het college) geen verwijt treft.
  3. De Sociale Recherche geen bewijs vond van de daadwerkelijke betaling van € 5.000,-- aan de heer G.; Het perceel ook niet is overgedragen, zoals de overeenkomst vereiste; Niet is komen vast te staan dat het (voormalig) raadslid dan wel zijn vennootschap het bewuste perceel in onderpacht heeft en daarom ook geen ontheffing bij de provincie aangevraagd hoefde te worden; Er in het verleden (1997 en 2001) door Gedeputeerde Staten toestemming is verleend om grond aan het raadslid over te dragen en de gemeente dus geen verwijt treft.
  4. De Sociale Recherche het onderzoek volledig uitvoerde en concludeert dat er geen sprake is van verzwegen inkomsten; De aanvraag voor een koninklijke onderscheiding weliswaar door de gemeente wordt ingezet, maar dat aan de verlening van deze onderscheiding een eigen onderzoek door het Kapittel ten grondslag ligt, waarin geen rol voor de burgemeester meer is weggelegd; De gemeente dus geen verwijt treft.
  5. De gemeente haar (erf)pachtbeleid herzag, zoals zij beloofde; De gemeente een afweging maakte op welke wijze zij zo snel mogelijk en met zoveel mogelijk zekerheid het perceel van de heer G. vrij van pacht zou krijgen; Niet kan worden gesteld dat de gemeente met haar keuze een ondoordachte en/of onredelijke keuze maakte en de gemeente daarom geen verwijt treft.


08.14036 (download rapport)

Rapport 19 augustus 2009: 'Wie de klok luidt 2'

Punten van onvrede

  1. Verzoeker is toegezegd dat hij pachtgrond zou krijgen toen zijn bedrijf werd verplaatst binnen de gemeente Rhenen. Dit is niet geschied.
  2. Verzoeker krijgt vermoedelijk geen pacht meer, omdat hij deze misstanden meldde bij de ombudsman.
  3. De recherche heeft het bewijsmateriaal van verzoeker meegenomen en nooit teruggebracht.
  4. Het onderzoek van de sociale recherche is ‘onder het vloerkleed geschoven' omdat het college anders schade zou oplopen.

De ombudsman concludeert dat:

  1. De gemeente haar belofte aan verzoeker nakwam door aan hem in totaal vier percelen over te dragen met een totaal van 14.68.90 hectare; verzoeker deze grond mogelijk niet zo snel kreeg als hij wilde en mogelijk ook niet zoveel als hij wilde, maar dat verzoeker zich diende te realiseren dat grond eerst vrij moet komen voordat het opnieuw kan worden uitgegeven; de gemeente verzoeker destijds trachtte te helpen, ondanks het feit dat het haar niet was te verwijten dat verzoeker in de vervelende situatie terecht was gekomen en dat het een normaal bedrijfsrisico betrof. Dat siert de gemeente.
  2. Verzoeker spreekt over "vermoedens" en niet over concrete gedragingen; de situatie die verzoeker schetst deed zich niet voor; niet valt in te zien waarom de pachtcommissie - en daarmee het college - geïnteresseerden zal uitsluiten als deze voldoen aan de voorwaarden om voor grond in aanmerking te komen; de gemeente geen verwijt treft.
  3. De gemeente Rhenen geen verwijt treft, nu het onderzoek weliswaar werd uitgevoerd in haar opdracht, maar niet onder haar verantwoordelijkheid.
  4. De Sociale Recherche het onderzoek volledig afrondde, maar dat uit het onderzoek bleek dat de uitkering rechtmatig en doelmatig werd verstrekt en dat er daarom voor de gemeente geen reden was om maatregelen te treffen. De gemeente treft geen verwijt.


08.14262 (download rapport)

Rapport 16 maart 2009: 'Het trottoir'

Verzoek

  1. Verzoeker is niet tevreden met het antwoord dat hij van de gemeente kreeg op zijn klacht van 28 mei 2008.
  2. Verzoeker wenst van de gemeente een schriftelijk bewijs te krijgen dat zijn grond rechtmatig als trottoir wordt gebruikt.
  3. Verzoeker eist aanpassing van het trottoir volgens de grenslijnen van het kadaster of een financiële vergoeding.
  4. De klacht van verzoeker is niet volgens de formele interne klachtprocedure behandeld.
  5. Verzoeker voelt zich niet serieus genomen door de gemeente.
  6. Verzoeker ervaart een zin uit de brief van de gemeente van 31 oktober 2008 (verzonden op 4 november 2008) als een bedreiging.

Conclusie
De ombudsman concludeert dat :

  1. deze in de behoorlijkheidsnormen geen grond kan vinden om de gemeente te stimuleren de huidige situatie te veranderen, mede doordat de huidige situatie al meer dan 40 jaar zo is en verzoeker het perceel kocht in de huidige staat;
  2. noch de gemeente, noch het Kadaster een verwijt kan worden gemaakt over het niet meer bezitten van de gevraagde gegevens, nu zij handelden conform de Archiefwet 1995;
  3. er in de behoorlijkheidsnormen geen grond is te vinden om de gemeente na meer dan 40 jaar een aanpassing te laten verrichten dan wel een vergoeding te geven, nu het trottoir kennelijk is gerealiseerd met toestemming van de vorige eigenaar en niet meer is te achterhalen of er wellicht aan de vorige eigenaar al een vergoeding is gegeven;.
  4. de gemeente ruim vijf maanden deed over het afhandelen van de klacht van verzoeker, zonder een vertragingsbericht te sturen en dat zij daarmee de norm van voortvarendheid schond;
  5. de gemeente aan verzoeker laat weten dat zij binnen vier weken met een reactie komt, maar dat niet doet omdat zij al eerder op dezelfde opmerkingen reageerde. Daarmee doet de gemeente een belofte, die zij vervolgens niet nakomt en die bij een burger de gedachte kan wekken dat hij niet serieus wordt genomen. De gemeente schond de norm van rechtszekerheid;
  6. de opmerking van de gemeente - in de context van de briefwisseling bezien -eerder als een advies opgevat dient te worden dan als een objectieve bedreiging, zodat de gemeente geen verwijt kan worden gemaakt.


08.14249 (download rapport)

Rapport 13 maart 2009:  'GBA-gegevens'

Onvrede
Verzoeker is niet tevreden over de gemeente Rhenen omdat de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Rhenen een foutief adres van hem bevat. Hierdoor heeft verzoeker een schuld van honderden euro's waar hij niets vanaf wist.

Conclusie
De ombudsman concludeert dat :
de gemeentelijke basisadministratie sinds 24 februari 1994 de afnemersindicatie van de Belastingdienst vermeldt. Daarmee zond de gemeente automatisch de gegevens van elke verhuizing van verzoeker aan de Belastingdienst. De gemeente handelde daarmee behoorlijk.