Rapporten Houten 2009

09.14874 (download rapport)

Rapport van 30 december 2009: 'Zonder vergunning'

Onvrede en toelichting van verzoeker
Bij brief van 27 augustus 2009 gaf verzoeker aan de gemeente een aantal locaties door, waar volgens hem overtredingen zouden plaatsvinden. Zo zou er zonder vergunning vanuit huis fruit worden verkocht en danslessen worden gegeven. Op 13 september 2009 stuurde verzoeker een vergelijkbare melding naar de gemeente met daarbij het verzoek zijn brief van 27 augustus af te handelen. Verzoeker vroeg de gemeente naar de toelaatbaarheid van deze activiteiten. De gemeente bevestigde de ontvangst van de eerste brief en gaf daarbij aan dat zij uiterlijk op 13 oktober 2009 zou reageren. Op 16 oktober 2009 handelde de gemeente de klacht af. Nadat verzoeker op deze brief reageerde, verduidelijkte de gemeente haar standpunt in een brief van 27 oktober 2009.

Verzoeker is niet tevreden over de wijze waarop de gemeente de melding en de klachten afhandelde. Volgens verzoeker:

  1. handelde de gemeente de brief van 27 augustus 2009 niet binnen de termijn af.
  2. ging de gemeente ging niet op alle onderdelen van de melding in.


Conclusie
De Gemeentelijke Ombudsman concludeert dat de gemeente:

  1. verzoekers brief van 27 augustus 2009 niet binnen de genoemde termijn schriftelijk afdeed en daarmee de norm van voortvarendheid schond;
  2. niet met naam en toenaam op de beoordeelde locaties en haar bevindingen hoefde in te gaan, omdat zij daarmee de privacy van andere burgers zou schenden en zij dus behoorlijk handelde.


09.14368 (download rapport)

Rapport 23 september 2009: 'Plichtsverzuim'

Onvrede
Verzoekster vindt dat de gemeente:

  1. de schijn opwekte dat zij bevoegd was om verzoekster toestemming te geven om haar dochter een paar dagen school te laten missen;
  2. de schijn opwekte dat verzoekster voorwaardelijke toestemming had en na het overleggen van een doktersverklaring deze voorwaardelijke toestemming omgezet zou worden in een definitieve toestemming;
  3. haar aanvraag niet behandelde zoals dat had moeten gebeuren;
  4. haar op het verkeerde been zette door niet te reageren op een e-mailbericht en aangaf dat ze op vakantie kon gaan en na afloop een doktersverklaring moest overleggen.

De ombudsman concludeert dat:

  1. het voor verzoekster voldoende duidelijk had moeten zijn dat het extra verlof dat zij voor haar dochter wilde hebben niet mogelijk was; niet valt in te zien waaraan verzoekster de indruk zou kunnen ontlenen dat de leerplichtambtenaar bevoegd was om toestemming te geven, nu de boodschap van alle betrokken functionarissen was dat verlof voorafgaand aan de vakantie – om wat voor reden dan ook – niet mogelijk was c.q. niet werd verleend; de gemeente op dit punt geen verwijt treft;
  2. het verzoekster voldoende duidelijk moet zijn geweest – gezien de vele gesprekken die zij daarover al had gehad - dat toestemming vóóraf niet mogelijk was en ook toestemming onder voorwaarden niet; het probleem voor verzoekster niet zozeer ligt in het ontbreken van toestemming vooraf, maar in het niet kunnen aandragen van voldoende bewijs áchteraf; de gemeente geen verwijt treft;
  3. verzoekster geen schriftelijke aanvraag indiende, zodat het de leerplichtambtenaar, maar ook het schoolhoofd niet verweten kan worden dat zij niet schriftelijk reageerden; er geen reden is om de leerplichtambtenaar, dan wel het schoolhoofd - in de omstandigheden van dit geval - een verwijt te maken dat ze verzoekster niet adequaat informeerden over de eis om een aanvraag schriftelijk in te dienen; verzoekster daarmee immers in een zinloze bezwaarprocedure terecht zou komen; verzoekster weliswaar uiteindelijk de rechter om een oordeel had kunnen vragen, maar dit oordeel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet voorafgaand aan de vakantie zou zijn verkregen; de gemeente onder deze omstandigheden geen verwijt treft;
  4. de gemeente reageerde op de door verzoekster gezonden e-mail van 22 juli 2008, zij het niet met de inhoudelijke bevestiging dat alleen een doktersverklaring onvoldoende was; de gemeente dat ook niet hoefde, omdat verzoekster niet sprak over een doktersverklaring maar sprak over “bewijsstukken verzamelen die de noodzaak van ons verblijf aldaar bevestigen” en daarmee voldoende aantoonde dat zij de boodschap van schoolhoofd en leerplichtambtenaar begreep; de gemeente geen verwijt treft.


08.14177 (download rapport)

Rapport 31 juli 2009: 'Bouwbelangen en bouwirritaties'

Onvrede
Verzoekster is ontevreden over gedragingen van de gemeente Houten. Zij vindt dat de gemeente ten onrechte haar klachten ongegrond verklaarde en zich ten onrechte onbevoegd verklaarde, omdat:

  1. een deel van haar zienswijze tegen de bouwplannen naast haar woning inhoudelijk nog niet is behandeld en dit ook in de bezwaarprocedure niet zal gebeuren. Verzoekster wil een individueel antwoord op de door haar ingediende zienswijze;
  2. zij antwoord kreeg op een zienswijze die zij niet indiende;
  3. de gemeente handhavend moet optreden tegen de door het bouwbedrijf illegaal geplaatste container en bouwkeet. Het betreft hier immers een plaatsing op een groenstrook op gemeentegrond, zonder toestemming van de gemeente;
  4. de gemeente handhavend moet optreden tegen de aannemer. Deze plaatste eerder weggehaalde bouwhekken weer terug;
  5. de gemeente tegen de aannemer dient op te treden omdat hij wilde starten met de bouwwerkzaamheden terwijl de bezwaarprocedure nog liep;.
  6. de wethouder haar toezeggingen moet nakomen.

Conclusie
De ombudsman concludeert dat:

  1. de gemeente tegenover verzoekster niet behoorlijk handelde door niet alle ingediende punten te behandelen. De gemeente schond hiermee de norm van actieve en adequate informatieverstrekking;
  2. de gemeente door het tonen van alle zienswijzen inzicht gaf in alle af te wegen belangen. De privacy van verzoekster was niet in het geding, zodat de gemeente tegenover verzoekster niet onbehoorlijk handelde;
  3. de gemeente de aannemer aansprak op het niet nakomen van de afspraken. Hiermee kan worden gezegd dat de gemeente de noodzakelijke actie ondernam;
  4. de aannemer geen wettelijke regel overtrad en de gemeente daarom geen bevoegdheden had om te handhaven, dan wel een sanctie op te leggen;
  5. de aannemer op grond van zijn bouwvergunning mocht starten met de werkzaamheden. De gemeente had daarom geen gronden om op te treden;
  6. er op dit punt geen oordeel kan worden gegeven, nu twee elkaar uitsluitende verklaringen naast elkaar staan en er geen aanknopingspunten zijn om de ene verklaring boven de andere te stellen.


08.14148 (download rapport)

Rapport 23 juni 2009: 'Onderlinge communicatie'

Onvrede
Verzoekster diende op 21 juli 2008 separaat twee klachten in over medewerksters van de afdeling Projectontwikkeling. Een van de klachten betrof de bejegening door een van de medewerksters. De andere klacht betrof het verstrekken van onjuiste, onvolledige informatie door de andere medewerkster waarvoor verzoekster de leidinggevende van deze medewerkster verantwoordelijk hield. Verzoekster vindt niet alleen de wijze waarop de gemeente haar klachten afdeed onzorgvuldig, maar ook de inhoud van het antwoord op de klachten omdat:

1. de leidinggevende van de medewerksters de klachten afhandelde, terwijl beide klachten ook tegen de leidinggevende van deze medewerksters waren gericht;
2. uit de afdoeningsbrief op de klachten niet blijkt wat de rechtsverhouding is tussen de gemeente en de medewerksters, welke functies beide medewerksters vervullen en in welke relatie zij tot de leidinggevende staan;
3. de gemeente eenzijdig besloot om van het ‘horen' van verzoekster af te zien;
4. de gemeente haar eigen medewerksters wel hoorde, maar verzoekster hiervan geen verslag stuurde waardoor zij niet gelegenheid kreeg om hierop te reageren (wederhoor);
5. niet blijkt dat de gemeente de medewerksters separaat hoorde. Daardoor - en door het afdoen van beide klachten in één antwoord - zijn zij op de hoogte dat verzoekster over de gedragingen van beiden een klacht indiende. Daarmee schendt de gemeente verzoeksters privacy;
6. de gemeente verzoekster niet serieus neemt en het eigen falen verdedigt.

Conclusie
De ombudsman concludeert dat :
1. de klacht over de leidinggevende een indirecte klacht is en niet een concrete gedraging van deze functionaris ten opzichte van verzoekster. Er bestond daarom geen belemmering voor de leidinggevende om de klacht te behandelen;
2. van de gemeente niet verlangd kan worden dat zij verzoekster informeert over de rechtsverhouding, die geldt tussen haar en de desbetreffende medewerkster, omdat deze informatie binnen de reikwijdte van de privacy van de desbetreffende medewerkster valt;
3. de gemeente niet had mogen beslissen om af te zien van het horen van verzoekster alleen maar omdat zij niet bereikbaar bleek te zijn op één van de door haar opgegeven telefoonnummers. De gemeente schond de norm van het horen;
4. de gemeente verzoekster niet de gelegenheid bood om te reageren op de verklaringen van de medewerksters. Daarmee schond zij de norm van wederhoor;
5. de klachten betrekking hebben op werkzaamheden van de ene medewerkster, die de werkzaamheden van de andere overnam, zodat sprake is van een sterke onderlinge verwevenheid van de klachten; het was nauwelijks mogelijk om de ene klacht te behandelen zonder de andere erbij te betrekken, mede omdat verzoekster in beide klachten de beide medewerksters noemt. Er kan niet worden geconcludeerd dat de privacy van verzoekster is geschonden;
6. de gemeente steeds antwoord geeft op de brieven van verzoekster. Er kan niet worden gezegd dat de gemeente verzoekster niet serieus nam, maar wel dat verzoekster en de gemeente elkaar niet bereikten in hun onderlinge communicatie. De ombudsman acht het alleszins verdedigbaar om het antwoord op vragen van een medewerker (in dit geval een kandidaat-notaris) aan de eindverantwoordelijke persoon te zenden, de notaris.


08.14199 (download rapport)

Rapport 14 mei 2009: 'Opgevangen dieren'

Verzoek
1. Verzoeker is niet tevreden met het antwoord dat hij van de gemeente kreeg op zijn klacht van 13 augustus 2008. Dit ging over de gang van zaken rond de realisering van een tweede dierenopvang.
2. Verzoeker is van mening dat de gemeente niet handelt volgens de met hem gemaakte afspraak. De gemeente beloofde met een tweede dierenopvang te komen, maar doet dit niet.
3. Verzoeker voelt zich niet serieus genomen door de gemeente.

Conclusie:
De ombudsman concludeert dat:
1. de ombudsman geen oordeel mag vellen over gemeentelijk beleid, waardoor de ombudsman zich dient te onthouden van een oordeel;
2. een krantenartikel wordt geplaatst onder verantwoordelijkheid van de redactie van de krant en niet onder de verantwoordelijkheid van degene waarover het artikel gaat. Daarmee kan de gemeente geen toezegging verweten worden;
3. de gemeente reageerde op de klacht van verzoeker, maar niet binnen de daarvoor gestelde termijn. Zij bood daarvoor al excuses aan.


09.14371 (download afsluitende brief)

Verzoekster is het niet eens met het antwoord van de gemeente op haar klacht over de verkeersoverlast van sluipverkeer op de weg waaraan haar woning is gelegen.


08.14247 (download afsluitende brief)

Verzoekformulering:

Verzoeker is het niet eens met de gang van zaken die de gemeente toepast bij het plaatsen van een toiletvoorziening op het strand van de Rietplas#

Conclusie:

Het onderzoek is beëindigd door de ombudsman omdat er een beroepsprocedure bij de Rechtbank loopt.