Rapporten Bunnik 2009
09.14418 (download rapport)
Rapport 29 juli 2009: 'In principe niet akkoord'
Onvrede
Verzoeker is van mening dat hij door de gemeente niet serieus is genomen in zijn principeaanvraag. Hij is niet tevreden met de klachtbehandeling omdat:
- de gemeente verzoeker tegemoet wil komen in de legeskosten van de principe- en bouwvergunningaanvraag. De principeaanvraag is echter helemaal niet behandeld door de gemeente!;
- als de principeaanvraag was behandeld door de gemeente, verzoeker niet deze aanvraag bouwvergunning had ingediend. Verzoeker diende zijn principeaanvraag zo uitgebreid mogelijk in met tekeningen;
- verzoeker meerdere malen in zijn correspondentie de gemeente de mogelijkheid bood om met hem contact op te nemen;
- bij het gesprek met de wethouder en de senior medewerker al direct binnen tien minuten duidelijk was dat wat verzoeker wilde met zijn aanvraag niet kon;
- niet erkend wordt door de gemeente dat hij onnodige kosten heeft gemaakt.
Conclusies
De ombudsman concludeert dat:
- het coulant en redelijk is van de gemeente om geen kosten in rekening te brengen voor een dienst die niet heeft plaatsgevonden (behandelen principeverzoek) en slechts een deel van de kosten voor een dienst die wel werd geleverd (beoordeling bouwaanvraag);
- de gemeente de principeaanvraag had moeten behandelen binnen een redelijke termijn (zoals zij zelf ook al constateerde), maar dat verzoeker zelf de keuze maakte om een bouwaanvraag in te dienen vóórdat hij een duidelijk antwoord kreeg op zijn principeaanvraag en daarmee het risico nam om kosten te maken voor een aanvraag die geweigerd kon worden;
- er voor de gemeente kennelijk geen reden was om contact op te nemen en verzoeker om meer informatie te vragen dan tijdens de telefoongesprekken al door verzoeker werd gegeven; de gemeente met verzoeker contact op had moeten nemen naar aanleiding van zijn brief van 12 juli 2008; nu zij dat niet deed schond zij de eis van adequate en actieve informatieverstrekking;
- de gemeente verzoeker later nog in een gesprek uitleg gaf over de vergunningweigering en de bouwmogelijkheden, maar dat verzoeker dit overleg kennelijk al eerder had willen hebben;
- de gemeente niet verweten kan worden dat verzoeker onnodig kosten maakte, nu verzoeker zelf het risico nam om een formele bouwaanvraag in te dienen, zonder de beslissing op de principeaanvraag af te wachten.
08.14350 (download rapport)
Rapport 30 juli 2009: 'Complex groen'
Onvrede
Verzoekster is ontevreden over de handelwijze van de gemeente, omdat de gemeente
- naliet om haar te informeren dat niet alleen de heesterperken geruimd zouden worden, maar ook een aanzienlijk deel van de tuin van verzoekster;
- haar publiekelijk gedane belofte om de schade te vergoeden niet nakwam;
- weigerde inhoudelijk te reageren op de brieven van de rechtsbijstands-verzekering en als er wel inhoudelijk werd gereageerd dan werden er door de gemeente onjuiste argumenten aangevoerd;
- haar niet serieus nam in het door haar ervaren leed;
- weigerde bij voorbaat een klacht in behandeling te nemen onder verwijzing naar het tijdsverloop gelegen tussen het tijdstip van de omvorming en de ontvangst van de klacht, terwijl de gehele gang van zaken aanleiding gaf om niet direct een klacht in te dienen, maar eerst de uitkomst van een en ander af te wachten;
- weigerde inhoudelijk te reageren op de brief van 1 juli 2007 die de Bewonersvereniging V. namens alle bewoners, waaronder verzoekster, aan de gemeente zond.
De ombudsman concludeert dat:
- de gemeente inhoudelijk reageerde op de brieven van gemachtigde;
- de motivering van de afwijzing van de schadeclaim van verzoekster niet voldoet aan de daarvoor geldende norm. Het handelen van een bestuursorgaan moet feitelijk en logisch worden gedragen door een kenbare motivering; deze motivering moet in overeenstemming zijn met eerder verstrekte informatie; het staat een bestuursorgaan niet vrij naar eigen goeddunken of willekeur te handelen; de motivering moet toegesneden zijn op het concrete geval en moet in ieder geval laten zien dat rekening is gehouden met de belangen van de betrokken burger;
- de gesprekken van de gemeente met de eigenaar van het wooncomplex over de eigendom van de grond niets van doen hadden met het leed van verzoekster en de door verzoekster geleden materiële schade; de argumenten van de gemeente om inhoudelijk niet in te gaan op de schadeclaim geven er dan ook geen blijk van dat zij zijn toegesneden op het geval van verzoekster en dat rekening wordt gehouden met haar belangen.
Ten aanzien van verzoekonderdelen 5 en 6: de gemeente weigerde bij voorbaat een klacht in behandeling te nemen onder verwijzing naar het tijdsverloop gelegen tussen het tijdstip van de werkzaamheden en de ontvangst van de klacht, terwijl de gehele gang van zaken aanleiding gaf om niet direct een klacht in te dienen, maar eerst de uitkomst van een en ander af te wachten; de gemeente weigerde inhoudelijk te reageren op de brief van 1 juli 2007 die de Bewonersvereniging V. namens alle bewoners, waaronder verzoekster, aan de gemeente zond.
De ombudsman overweegt dat:
- bovenaan de brief van 1 juli 2007 van de Bewonersvereniging V. weliswaar niet staat geschreven dat het een klacht betreft, maar dat de inhoud van die brief duidelijk gaat over het ongenoegen over de wijze waarop de gemeente met beloftes over schadevergoeding omging;
- de bewoners duidelijk aangeven dat het vertrouwen in de overheid daardoor is geschonden; alleen al deze laatste opmerking had bij de gemeente de alarmbel moeten doen afgaan dat er een serieuze klacht voorlag; door de klacht niet op te pakken heeft de gemeente een kans gemist om het vertrouwen te herstellen;
- mede gelet op de informatie van de griffier, de bewoners - onder wie verzoekster - mochten verwachten dat de brief van de vereniging als klacht zou worden behandeld volgens de regels van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); dat betekent dat (vertegenwoordigers van) de vereniging de mogelijkheid zouden krijgen te worden gehoord; wellicht dat in een gesprek een aantal zaken al besproken had kunnen worden en de bewoners in ieder geval het gevoel zouden hebben gekregen dat er naar hen werd geluisterd; dit klemt temeer, nu de gemeente zelf wees op het gebrek aan communicatie in de fase voorafgaand aan de werkzaamheden;
- de vereniging haar onvrede nogmaals heel duidelijk verwoordde in haar brief van 18 november 2007, maar dat de gemeente dit kennelijk niet begreep en daarom bleef volharden in haar afwijzende houding om de klacht te behandelen.
De ombudsman concludeert dat de gemeente:
- niet zag dat de klacht van de bewoners betrekking had op de wijze waarop de gemeente de schadeclaim behandelde; nu deze procedure ook nog in 2007 speelde er geen sprake was van een langdurig tijdsverloop tussen de gedraging en de klacht;
- op grond van een onjuiste motivering de klacht van de Bewonersvereniging V. niet behandelde. Daarmee schond zij de norm van rechtszekerheid, die onder andere aangeeft dat een klacht volgens de wettelijke bepalingen (van de Algemene wet bestuursrecht) moet worden behandeld.
Algemene conclusie
Voorafgaand aan het ruimen en vervangen van heestervakken bij wooncomplex V. inspecteerde de gemeente onvoldoende zelf de situatie ter plekke, terwijl zij kennelijk op de hoogte was van de jarenlange gegroeide situatie van de ‘privé-tuinen' op gemeentegrond. Had de gemeente dit wel gedaan, dan zou zij wellicht hebben geconstateerd dat de situatie overleg met de bewoners noodzakelijk maakte. Dit klemt temeer nu de gemeente in een algemene publicatie liet weten dat zij over de ruiming van de heesters en het opnieuw invullen van de vakken nog overleg zou voeren met de bewoners. De gemeente overlegt niet met verzoekster en vangt aan met haar werkzaamheden, waarbij zij volgens verzoekster ook haar tuintje vernielt. De gemeente ziet in dat er door haar werkzaamheden veel commotie ontstaat en geeft onmiddellijk opdracht om de werkzaamheden te staken en verdere schade te beperken. Later geeft zij toe dat er inderdaad sprake was van slechte communicatie. Frappant is dat de gemeente dan vervolgens haar toezeggingen om schadeclaims behoorlijk af te wikkelen niet nakomt en in haar reactie naar de ombudsman ook nog aangeeft dat er helemaal geen tuinen zijn vernield. Er zouden - zo stelt de gemeente - slechts werkzaamheden aan het openbaar groen zijn verricht. Bij de ombudsman komt dan de vraag op waarom de gemeente de werkzaamheden liet staken? Daarnaast vraagt de ombudsman zich af wat dan de reden zou kunnen zijn dat zowel de Bewonersvereniging als verzoekster zich zoveel moeite hebben getroost om de verschillende procedures te doorlopen, uiteindelijk tot aan de ombudsman toe?
Als de bewoners, onder wie verzoekster, hun ongenoegen uitspreken over de wijze waarop de gemeente de door hen aangevangen procedures voert, doet de gemeente dit af als zou het een klacht betreffen over de werkzaamheden zelf en niet over gerechtvaardigde verwachtingen over mogelijke schadevergoeding. De ombudsman doet daarom de volgende aanbeveling.
Aanbeveling
Het zou goed zijn als de gemeente het verzoek om schadevergoeding nogmaals in onderzoek neemt met inachtneming van het rapport van de ombudsman.
Reactie van de gemeente Bunnik op de aanbeveling
De gemeente laat de ombudsman op 2 juli 2009 telefonisch weten dat zij met verzoekster en haar gemachtigde in overleg treedt.