Rapporten Zeist 2007

06.12631 [download rapport]

Rapport 12 januari 2007

Kernbegrippen

wettelijke termijnen; inschakeling adviesbureau; belangenverstrengeling, voortvarendheid .

Samenvatting

Verzoeker voert een langdurige strijd met de gemeente over de uitbreiding en verbouwingen van een nutsvoorziening in zijn directe omgeving. Hij stelt dat de gemeente bij voortduring beloftes niet nakomt en wettelijke termijnen overschrijdt. Daarnaast vraagt de gemeente aan adviesbureau X een advies over het advies van Y. Verzoeker meent dat dit tot belangenverstrengeling leidt.

De ombudsman oordeelt dat de gemeente in principe binnen de redelijke termijn van zes weken een inhoudelijk besluit moet nemen, maar dat deze termijn (voorzienbaar) niet toereikend is voor de beantwoording van een complexe vraag. Zeker niet als er een advies nodig is van een gespecialiseerd adviesbureau, waarvan er in Nederland maar een paar zijn en die allen ook nog kampen met een groot werkaanbod. De gemeente informeert verzoeker hierover, zowel mondeling als (zij het zeer summier) schriftelijk. De ombudsman kan dit in de gegeven omstandigheden niet als 'onbehoorlijk' kwalificeren.
Het gedrag van de gemeente over de 'schadevergoeding dakopbouw' ziet de ombudsman wel als niet behoorlijk handelen. De gemeente laat verzoeker immers weten hierover "binnenkort" een besluit te nemen en doet er dan meer dan twee maanden over om dat besluit daadwerkelijk te nemen. Daarmee schendt zij de norm van voortvarendheid.

De gang van zaken over het advies acht de ombudsman niet onbehoorlijk. De gemeente wordt in een bezwaarprocedure over het advies van een gespecialiseerd bureau X geconfronteerd met een tweede advies van Y. De zorgvuldigheid vraagt dan om het tweede advies Y te onderzoeken. Dat de gemeente bureau X vraagt om te reageren op advies Y is niet meer dan logisch, nu de gemeente bureau X juist heeft aangesteld vanwege haar specialistische kennis op dat terrein.

05.12227 [download rapport]

Afsluitende brief 13 maart 2007

De ombudsman heeft dit onderzoek afgesloten zonder tot een oordeel te komen.

07.13221 [download rapport]

Rapport 12 september 2007

Kernbegrippen

aanleg trottoir; parkeerplan; actieve en adequate informatieverstrekking; overleg met buurt; voortvarendheid; actieve en adequate informatieverwerving; belanghebbende; belangenafweging; algemeen gemeentelijk beleid; vertrouwensbeginsel.

Samenvatting

In de straat van verzoeker heeft de gemeente een trottoir uitgebreid. Verzoeker is het daarmee niet eens, omdat daarvoor parkeerplaatsen moesten worden opgeheven. Volgens de gemeente is een en ander in goed overleg met de bewoners gebeurd, maar verzoeker bestrijdt dit. Daarnaast zegde de gemeente toe dat verzoekers tuinpad zou worden aangesloten op het aangelegde trottoir. Dat is nog steeds niet geschied.

Naar de mening van de ombudsman is de voorbereiding van het besluit tot uitbreiding van het trottoir niet zorgvuldig genoeg geweest. De informatieverstrekking, maar ook de informatieverwerving van de gemeente liet te wensen over. Niettemin is de mening van verzoeker bij de gemeente kenbaar geweest, maar heeft zij het algemeen belang laten prevaleren boven het belang van verzoeker. Dit besluit is behoorlijk gemotiveerd en de ombudsman kan niet concluderen dat de gemeente daarmee niet behoorlijk handelt.

De gemeente heeft te lang gewacht met het nemen van maatregelen om haar toezegging na te komen (aansluiting tuinpad op trottoir). Daarmee schond zij de norm van rechtszekerheid (opgewekt vertrouwen).

07.13039 [download rapport]

Afsluitende brief 7 februari 2007

Kernbegrippen

bemiddeling; wegslepen aanhanger; spoedeisende bestuursdwang; achtereenvolgende of aaneengesloten dagen; Algemene Plaatselijke Verordening

Samenvatting

Verzoeker stalde zijn aanhanger met zeilboot op een openbare parkeerplaats. Hij deed dit in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening, die eist dat een dergelijk - niet dagelijks gebruikt voertuig - niet langer dan zeven achtereenvolgende dagen langs de openbare weg mocht staan. De gemeente plaatste daarop een sticker op de boot met deze mededeling en verzocht verzoeker contact op te nemen. Toen na controle bleek dat het voertuig er nog steeds stond is opnieuw een sticker geplakt en na twee weken is de aanhanger weggesleept. Tegen betaling kon het voertuig worden opgehaald.

Verzoeker was het hier niet mee eens omdat hij zijn boot tussentijds had gebruikt en het dus niet al die tijd aaneengesloten langs de weg stond.

Naar de mening van de ombudsman mocht de gemeente gebruik maken van bestuursdwang, nu zij verzoeker ruimschoots de tijd had gegeven zelf tot verwijdering over te gaan. Doordat verzoeker na het plakken van de eerste sticker geen contact opnam met de gemeente om opheldering te vragen over een en ander, nam hij bewust het risico dat zijn uitleg van de tekst op de sticker niet correct was en dat de gemeente maatregelen zou nemen, zoals zij had aangekondigd.

De gemeente is bereid - zonder haar claim op rechtmatig handelen op te geven - uit coulance de aanhanger zonder kosten terug te geven, als verzoeker bereid is zich aan de APV te houden. Daarmee is de zaak bemiddeld.

Aanbeveling

De ombudsman vraagt de gemeente om zichzelf rekenschap te geven van de juistheid van de rechtsmiddelen die zij gebruikt. Zo is kennelijk een besluit tot bestuursdwang genomen, zonder dat er een beschikking is uitgereikt. De sticker is naar de mening van de ombudsman niet als beschikking te kwalificeren. De ombudsman vraagt de gemeente zich te bezinnen op de juridische correctheid van de procedure en - als blijkt dat deze niet correct is - adequate maatregelen te treffen.